top of page
  • Mees Clausing

Gastblog YAAP: Alpine skiën is niet zomaar een sport

Updated: Apr 20, 2021

Afgelopen maand ben ik gevraagd om mee te werken aan een gastblog voor YAAP | sport- en prestatiepsychologen. Een inkijkje in mijn leven als jonge atleet op de lange uitdagende weg richting topsport.


Hoewel een klein miljoen Nederlanders ieder jaar weer vertrekt voor een wintersportvakantie naar één van de Alpenlanden (in een ‘normaal’ jaar) en Nederland een grote dichtheid kent aan wintersport faciliteiten (zoals borstelbanen, sneeuwhallen en indoorrollerbanen) is alpineskiën een niet Nederlandse sport. We zijn immers een klein land zonder bergen en (wedstrijd) skicultuur. De sport kent geen grote sponsoren of geldschieters, bij NOC*NSF en de bond is het geen focussport, sinds 2014-2015 is er geen nationale selectie, kent geen bond gestuurde talentontwikkeling en – identificatie en wordt door NSkiV financieel ook niet (meer) gesteund.


Ik ben Mees Clausing en ik ga jullie een inkijkje geven in mijn ontwikkeling als één van de Nederlandse junioren Alpine skiërs die Nederland rijk is.


Alpineskiën is een technische en moeilijke, maar bovendien een spectaculaire sport.

Alpineskiën is niet zomaar een sport Alpineskiën is een technische en moeilijke, maar bovendien een spectaculaire sport. Een sport die zowel fysiek als mentaal en door verscheidenheid aan condities hoge eisen aan mijzelf stelt. Alpineskiën is één van de meest ‘ágile’ sporten die er is. Je bent tijdens de koers constant bezig je lichaam voorbereiden op verandering vanuit de omgeving. Ten eerste heb je het weer. Het kan extreem koud zijn. Trainingen tijdens omstandigheden van -15 met een ijskoude wind maak ik dan ook geregeld mee. Naast het weer anticipeer ik ook constant op de verschillende ondergronden en sneeuwcondities. Dit kan variëren van kogelvrij ijs tot slush puppie en het terrein varieert van een ‘verticaal Thialf’ tot zo plat als een dubbeltje.


Skiracing is all about embrace adversity De hoge variatie en complexiteit van taken die ik als jonge atleet onderweg tegenkom vergen het maximale van mijn lichaam en hoofd. Iedere training en wedstrijd word ik geconfronteerd met een tsunami van uitdagingen. Een wedstrijd is vergelijkbaar met sneeuwvlokken: niet één is hetzelfde. De meedogenloze aard van een race waarin ik volledig op mijzelf ben aangewezen en gewonnen of verloren wordt op 100ste van secondes maakt dat ik alpineskiën zo onwijs leuk vind.


De hoge variatie en complexiteit van taken die ik als jonge atleet onderweg tegenkom vergen het maximale van mijn lichaam en hoofd.

Mijn eerste aanraking met skiën Op mijn derde hebben mijn ouders mij voor het eerst op de ski’s gezet. Vanaf het eerste moment had ik er enorm veel lol in. Door de skilessen tijdens de wintersportsportvakanties en op de skipiste in Nieuwegein ben ik in aanraking gekomen met wedstrijdskiën. Mijn eerste wedstrijden waren in Nederland op de borstelbaan en later in sneeuwhallen. In september 2012 (seizoen 2012-2013) heb ik mij aangesloten bij een Nederlands sneeuwteam en ben ik gaan trainen in de ‘echte’ sneeuw en wedstrijden gaan skiën. Tot mijn 13e combineerde ik het skiën met voetbal en nu mountainbike ik ernaast.

Vanaf mijn 8e ga ik mee met trainingskampen in Oostenrijk. Eerst met en later onder begeleiding van mijn ouders en de laatste 6 jaar zelfstandig met mijn toenmalige skiteam. Het begon met 4 training- en wedstrijdweken per jaar, maar al snel groeide dat uit naar 8 weken, 20 weken en dit seizoen verblijf ik een heel (school)jaar in Oostenrijk.


Vanaf het eerste moment had ik er enorm veel lol in.

NOC*NSF belofte status. In 2014-2015 is mijn toenmalige skiteam Ski Racing Development (SRD) gecertificeerd als talententeam door de Nederlandse skivereniging (NSkiV). Doordat ze aan bepaalde (kwaliteit)eisen en richtlijnen voldeden mochten ze kinderen en jongeren opleiden met talentstatus van NOC*NSF. Ook ik deed vanaf mijn 11e jaar al mee aan de fysieke – en skivaardigheidstesten van de skibond. Tezamen met je prestaties volgde dan ieder jaar een totaal uitslag waarmee je voorgedragen kon worden voor een NOC*NSF belofte status. Deze status gaf en geeft mij de mogelijk om een intensief trainingsprogramma te kunnen combineren met school.


Mijn opleidingsprogramma Mijn programma is de afgelopen 5 seizoenen met mij meegegroeid. Zo waren de eisen gekoppeld aan leeftijdscategorieën (aantal uur en/of trainingseenheden), fysiekaspecten en ski(technisch) dingen. Ook kende mijn programma een echte seizoensopbouw en dit liep uiteindelijk in alle leerlijnen door.


Naast ski specifieke trainingen deed ik samen met mijn teamgenoten veel aan fysieke trainingen en andere sporten. Daarnaast volgde ik bijvoorbeeld ook de leerlijn ‘Dopingvrije Sport’ en voedingslessen onder leiding van een sportdiëtiste. En het mooie was dat we dit vaak eigenlijk meteen in de praktijk konden toepassen, omdat we tijdens trainingsstages vaak zelfstandig kookten.


Het seizoen trapten we altijd af met een driedaags teambuildingsweekend in mei. We keken altijd nog even terug op het vorige seizoen en blikten vooruit waarbij we nieuwe proces, resultaat en prestatiedoelen opstelden. Ook ik stelde ieder jaar een persoonlijk ontwikkelingsplan op. Aan het begin van het seizoen staan persoonlijke en fysieke doelen centraal. Later komen daar ski(technische) en wedstrijdoelen bij en besprak dit zo ongeveer vijf keer per jaar met mijn coach/trainer bij officiële ontwikkelingsgesprekken.


Bijvoorbeeld bij doelen stellen werden er grote whiteboards en stiften meegenomen de skihal in.

Leerlijn prestatiegedrag

Gedurende het hele seizoen (behalve in de wedstrijdperiode) heb ik samen met mijn teamgenoten bijeenkomsten gehad met een sportpsycholoog. Onderwerpen als doelen stellen; zelfvertrouwen; positieve mindset; zelfspraak; zelfregulatie en het opstellen van een MBTI profiel kwamen voorbij. De meeste van deze bijeenkomst waren gekoppeld aan een fysieke en/of ski-training en daarbij namen de coaches, onze trainers, het vaak ook nog mee in de daaropvolgende trainingen. Bijvoorbeeld bij doelen stellen werden er grote whiteboards en stiften meegenomen de skihal in en kreeg ik opdrachten mee om zo te leren je technische proces doelen nog scherper voor je zelf te formuleren. En wanneer we verder in het seizoen kwamen, tijdens trainingsstages in Oostenrijk, hadden we een soort van ‘Scrumwall’ vol post-its waar ik mijn taken en doelen voor de week altijd op bijhield. Aan het eind van iedere dag bespraken we de training na en keken we naar de individuele doelen voor de volgende dag. Naarmate het wedstrijdseizoen dichterbij kwam kwamen er meer mentale onderwerpen voorbij, zoals concentratie; spanning en omgaan met wedstrijdspanning.



In de eerste jaren was het vooral kennismaken met veel van deze onderwerpen en daardoor kwam ik op een laagdrempelige manier in aanraking met verschillende mentale vaardigheden. Later kwam er steeds meer diepgang in, bijvoorbeeld doordat ik steeds meer te weten kwam over bijvoorbeeld de zes aandachtscirkels. De laatste jaren komt er steeds meer ruimte om het echt in de praktijk te oefenen. Zo heb ik tijdens de afgelopen voorbereidingsperiode veel geoefend met visualiseren en hebben we online bijeenkomsten gehad om de impact van Corona, dat abrupt een einde maakte aan het seizoen, te bespreken. Er was ook een online sessie met voormalig topsporter Steffan Winkelhorst over keuzes maken en een groepssessie over communicatie. Goed communiceren als jonge atleet is namelijk erg belangrijk, omdat je met veel verschillende mensen te maken hebt en omdat je als individuele atleet in het alpineskiën alles zelf moet regelen (coach/trainer; met je skibond, en je topsportcoördinator op school; een personal trainer, fysiotherapeut, eventueel (toekomstige) sponsoren etc.).


Mijn nieuwe omgeving in Oostenrijk Afgelopen september is het opleidingsprogramma bij SRD (helaas) definitief gestopt. Ook stopte de coach/trainer. Vorig jaar werd ik dus min of meer gedwongen om op zoek te gaan naar een nieuwe trainingsomgeving. En kwam ik hierdoor wel voor heel veel uitdagende keuzes te staan. Dat ik de volgend stap in mijn jonge carrière wilde zetten was geen discussie. Maar het wat, hoe en waar, daarin bleek al snel dat ik zelf het initiatief moest nemen omdat de structuur, het topsportsysteem, binnen het Nederlandse alpineskiën op dit moment onvoldoende toereikend is om die vervolg stap, die nodig is om kansrijk te willen worden, te kunnen maken.


Uiteindelijk heb ik gekozen voor Schigymnasium Stams, in Tirol Oostenrijk. Schigymnasium Stams is zo ingericht om de talenten uit de verschillende Oostenrijkse nationale kaders en regionale kaders (Landes (A/B) kaders) met focus op Tirol en Voralberg te faciliteren (combinatie school en sport) uit een 5-tal wintersporten: alpineskiën; langlaufen; skischansspringen; noordische combinatie en snowboarden. Als Nederlander, niet Oostenrijker, kwam ik natuurlijk niet vanuit een Oostenrijkse selectie op Stams. Mijn groep bestaat daarom uit andere ‘buitenlanders’ en junioren uit de Landes B kader van Tirol.


Vorig jaar werd ik dus min of meer gedwongen om op zoek te gaan naar een nieuwe trainingsomgeving.

Op Schigymnasium Stams ben ik zes dagen intern op het internaat aanwezig. Om half 7 sta ik op. Dan heb ik nog een half uurtje studietijd en ga daarna ontbijten en naar school tot 12.05 uur. Hierna lunchen en heb ik even tijd om te chillen voordat ik om 14.00 met mijn trainingsgroep aan de Strenght & Condition training begin. Deze training trappen we altijd af met wel een potje voetbal of volleybal tegen een andere trainingsgroep. Om 18.30 ga ik avond eten en heb ik nog studie-uur. Of voor atleten die Duits niet als moedertaal hebben, zoals ik, een extra uurtje Duits in de week.


Mijn ski-trainingen vonden in de voorbereidingsperiode plaats op de gletsjers in kleine blokken van 3 tot 5 dagen. Maar zo gauw het mogelijk was om op laagte te trainen, maakte de fysieke trainingen van de middag plaats voor skitrainingen in de ochtenden.



Anders dan anders Op Schigymnasium Stams vind je (sport)leven echt plaats op de campus. De campus bestaat uit schoollokalen, gezamenlijke ruimtes, slaapkamers, een krachtruimte, gym- en turnhal, zwembad, sauna, atletiekbaan en andere sportvelden. Het opleidingsprogramma dat ik nu volg valt eigenlijk in geen enkel opzicht te vergelijken met mijn oude programma in Nederland. Hoewel ik nu een aantal maanden dichter op de faciliteiten zit, en zeker de voordelen daarvan zie, vind ik het, mede door het ontbreken van delen van een teamprogramma, zeker niet altijd beter. Want hoewel alpineskiën een individuele sport is, is juist je team om heen heel belangrijk om je verder te ontwikkelen en beter te worden tijdens trainingen.


Daarnaast is er (tot nu toe) weinig aandacht voor leerlijnen zoals topsportlifestyle, voeding, doping en de vertaling van bijvoorbeeld mijn fysieke testen naar fysieke en ski technische trainingen. Het is dus heel anders dan ik gewend ben en ik eigenlijk ook wel wens. En hoewel er een sportpsycholoog verbonden is aan het internaat en ik daar ook al kennismakingsgesprek mee heb gehad is er weinig aandacht voor generieke thema’s samen met je teamgenoten. Ik merk dan ook dit jaar, doordat alles ‘net even anders’ is en gaat, het een pittig jaar is. Corona en mijn handblessure versterken dit gevoel nog eens.


Want hoewel alpineskiën een individuele sport is, is juist je team om heen heel belangrijk om je verder te ontwikkelen en beter te worden tijdens trainingen.

Een mentaal trainingsseizoen Dit (wedstrijd)seizoen gaat eigenlijk over hele andere dingen dan: doelen stellen, (wedstrijd)spanning, visualisatie, fysieke vorm enzovoort. Daarbij komt dat alpineskiën, het snel skiën van bochten, niet gaat over het proberen te kopiëren van techniek van werelds beste alpine skiër. Het gaat over gevoel: het juiste gevoel als ik alleen in het starthokje sta, het gevoel wat je fysiek over moet brengen op je ski’s, het gevoel met de sneeuw, het gevoel tussen jou en de berg, het parcours, je omgeving…

Ik realiseerde mij dat pas echt toen ik recent de film de Streif – one hell of a ride na een aantal jaar weer zat te kijken. Daarin komt op een gegeven moment het balanceernummer, de Sanddornbalance, een act van een veer met veertien takken, van de Zwitser Mädir Eugster in voor. Toen begreep ik het pas echt. En dit gaat ook over mij. Alpineskiën gaat niet alleen over tijdens trainingen in balans de juiste hoek vinden en één snelle bocht skiën. Het is ook een reis. Een illusie van evenwicht. Je denkt dat je de boel onder controle hebt, maar dan vernietigt iets zo lichts als een veer even jouw run, je wedstrijd of je seizoen.

Als jonge alpine skiër is het belangrijk om ervaring op te doen en dat ik de ruimte krijg om te blijven oefenen. Het is te vergelijken met wanneer je tijdens een kwalificatiewedstrijd een paar seconde voor staat, en je het vertrouwen moet hebben in jezelf dat je deze positie weet vast te houden tijdens je tweede run. En dat, ‘die act’ moet ik toch echt zelf een paar keer hebben meegemaakt.


Geschreven door Susie Cats. De hele blog is ook terug te lezen op de site YAAP | sport- en prestatiepsychologen.

18 views0 comments
bottom of page